De amazone komt dichtbij!

Een tijd geleden heb ik gepost over dat ik waarschijnlijk twee weken de Amazone inging om een van de andere projecten te ondersteunen twee weken. Dit is eindelijk bevestigt! Ik vertrek dinsdag naar het Nationale park Yasuni. (Google maar)

Wat ik daar precies ga doen is heel lang ook onduidelijk geweest. Het Yasuni project is eigenlijk heel erg nieuw en brengt veel vragen met zich mee. Ik ga daar namelijk aan het werk met een stam die pas sinds een jaar contact hebben met de “buitenwereld”. Hoezo zijn wij nodig? Is het niet beter om ons afzijdig te houden? Bij sociologie hebben we regelmatig colleges gehad over ethische vraagstukken die belangrijk zijn om te stellen als je onderzoek doet naar mensen. Een van de dingen die aangekaart werd was het resultaat van infiltratie. Als je je gaat bemoeien met een groep mensen heb je ook invloed en deze invloed is niet altijd positief. In hoeverre is het positief dat er projecten opgezet worden om te “helpen”?

Hierover heb ik veel gepraat met de mensen die betrokken zijn met het project. Wat ik te weten ben gekomen is het volgende. Mensen waren wel op de hoogte van het bestaan van deze stam. Ze wisten dat zij zich bevonden in het Yasuni nationaal park en lieten ze met rust omdat plotseling contact met mensen buiten de stam om, mensen die zich in de “moderne wereld” bevinden waarschijnlijk niet goed afloopt. Neem als voorbeeld de Aboriginals. Ongeveer een jaar geleden heeft de Ecuadoraanse overheid toestemming getekend voor olieboring in het park. Sindsdien is er contact met de stam. Ze zijn dus plotseling in contact gekomen met de buitenwereld en worden ook gedwongen om zich aan te passen. Dit is vrijwel onmogelijk en hierin worden ze begeleid door de projecten. Je kunt het zien als begeleiding terug in de samenleving voor mensen die 20 jaar in de gevangenis hebben gezeten. Ik zeg natuurlijk niet dat de situatie waar deze mensen uitkomen te vergelijken is, maar wel dat er sprake is van een enorme (cultuur-)shock. Een van de problemen die bijvoorbeeld zijn ontstaan is alcoholisme. Ik verblijf in een onderzoekscentrum van een universiteit waar allemaal biologen wonen die onderzoek doen naar de ecologie van het gebied maar reis doordeweeks af naar de stam. In de weekenden mogen wij alleen niet bij deze stam komen omdat de hele zaterdag en zondag de complete stam dronken is. Alle kinderen vanaf 10 jaar drinken met de volwassenen mee. Het is dus complete chaos op die dagen.

Maar wat ga ik er precies doen? Ik vind dat nog steeds lastig. Behalve dat de stam blootgesteld werd aan alle verleidingen van de moderne samenleving worden ze ook blootgesteld aan het kapitalistische regime. Er wordt van ze verwacht dat ze geld verdienen en belasting betalen. Daarnaast is een deel van hun voedselbronnen verwoest door de olieboringen en is het dus heel erg nodig dat er geld verdiend gaat worden. Een aantal mannen en vrouwen van de stam hebben Engelse les om gidsen te worden en de toeristen rond te leiden die ongetwijfeld gaan komen. Daarnaast krijgen de kinderen verschillende schoolvakken die voorheen ook niet gegeven werden. Dit is allemaal nodig omdat de stam zich nu moet gaan aanpassen aan het dominanten kapitalistische systeem. De kinderen worden dus klaargestoomd voor het toekomstig contact dat ongetwijfeld geïntensiveerd gaat worden. Ik ga dus de docenten helpen met de lessen geven. Daarnaast zoeken ze een manier om de jongeren bezig te houden zodat ze in ieder geval doordeweeks van de alcohol afblijven. Ik ga in de twee weken die ik hier dagelijks sportlessen geven. Ik ga me uiteraard focussen op volleybaltrainingen maar ga ook proberen verschillende toernooitjes te organiseren.

Zoals ik dus al aangaf eerder is het heel lastig om te zien in hoeverre we nodig zijn en in hoeverre we de situatie niet alleen maar erger maken. Helaas is er geen weg terug voor deze stam. Het is eerder schadebeperking dan dat je iets “beter” maakt. Maar goed, is denken dat je de wereld kan verbeteren sowieso niet iets te idealistisch?

Advertenties

Ik ben zo ongelofelijk wit.

Een van de dingen die ik me heb gerealiseerd sinds ik hier ben is hoe ongelofelijk wit ik ben. Dit bedoel ik niet op een een Blackface versus KKK manier.

Het klinkt als een hele logische observatie. Ja, Delia. Je bent wit. Dat klopt. Je bent wit, lang en blond en je verbrandt als een garnaaltje als je te lang in de zon zit. Wit. White. Typical white girl drinking Starbucks while taking snapchats of it. Stereotypeer ik mezelf nu? Ja, zeker weten.

Wat je leert als je een tijdje in een “achterbuurt” van Quito woont is hoe opvallend je bent. Ik loop nu al twee maanden elke dag naar mijn werk door de buurt, doe mijn boodschappen in dezelfde supermarkt, ken de straatverkopers en weet waar ze de lekkerste banaan van de barbecue verkopen. Toch word ik nog steeds aangestaard bij elke stap die ik zet. Schoolmeisjes die achter hun hand naar elkaar fluisteren en giechelen. De oude dronkenlappen van de straat schreeuwen lallend: “RUBIA!” (blondje) en de bewakers in de supermarkt glimlachen net iets te lang naar me en kijken me net iets te lang aan.

Ik voel me niet helemaal op mijn gemak, dat is zeker weten. Ik word een aantal keer per dag ten huwelijk gevraagd en mensen zitten aan mijn haar als ik in de bus zit en ze denken dat ik het niet doorheb.  Maar het vervelendste van dit alles vind ik dat ik continu aangestaard word alsof ik een smakelijk hapje ben dat alle mannen graag willen opeten. Een smakelijk hapje lang blond meisje. Als ik ’s avonds naar huis loop verstop ik mijn haar onder mijn capuchon. Ik probeer nooit een korte broek of een rokje aan te doen omdat dat nog meer opmerkingen en gestaar veroorzaakt.

Ik voel me wit. Zo ongelofelijk wit. Aldert, mijn lange blonde baas, zei dat ik wel ga wennen aan het gestaar en de opmerkingen. Maar ik denk dat het toch anders is als een meisje ofzo?

Vorige week gingen Lea en ik naar de film. De enige plek waar ze films draaien die niet over gesproken worden in het Spaans is ver in het Noorden. Dit is tevens het rijke gedeelte. Het Zuiden, waar ik woon, is relatief arm. Het is een vrij lange busrit dus gewapend met oortjes en een boek zaten we in de bus. (Nog een ontwikkeling: IK SNAP EINDELIJK HOE DE BUSSEN WERKEN!) Bij onze halte stapten we uit en ik wist niet wat ik zag! Niemand staarde me aan, niemand keek gek of verdwaasd om als we voorbij kwamen. Overal expats en andere witte mensen. En toen realiseerde ik het me. Ik voel me hier meer thuis. Ik identificeer me met wit. Een zorgelijke ontdekking zou ik wel zeggen. Eigenlijk ook een vreemde ontdekking. Ik heb mezelf nooit gezien als iemand die er onderscheid in maakt. In zekere zin doe ik dat ook niet. Maar onderbewust blijkbaar wel? Ik kon me gelijk ontspannen omdat ik niet het gevoel had alsof ik opviel. Alsof ik hier meer thuishoorde dan in het Zuiden. En hoezo dan? Omdat ze hier geld hebben? Misschien is het wel het contrast. Als enige blonde in een wijk wonen met niet een blonde zorgt er wel voor dat je je anders voelt. Misschien is Amsterdam wat diverser. Maar het heeft me wel een leermomentje opgeleverd. Je moet altijd stil blijven staan bij dit soort dingen. Ik ben wit en identificeer me hiermee. Maar wit zijn is geen persoonlijkheidskenmerk toch? Dus waarom is het dan relevant? Belangrijke vragen, belangrijke dingen om bij stil te staan.

Al twee maanden broodloos.

Vandaag ben ik twee maanden geleden thuis vertrokken! En wat is er veel gebeurd in deze tijd.. Twee maanden in Nederland gaan altijd in een flits voorbij. Voor je het weet is het weer Sinterklaas, Oud en Nieuw, en eigenlijk is er helemaal niets veranderd. Je gaat nog steeds elke donderdag naar de borrel, je eet elke vrijdag bij je ouders en staat elke avond weer in je eentje te koken met een serie aan op de achtergrond. Het is grappig. Precies dat waarom ik koos om weg te gaan is nu dat waar ik naar verlang! Ik ben wat dat betreft wel een dochter van mijn ouders (oh ja joh? Ja. Laat me even!).

‘Waarom wil je nou weg? Je hebt hier toch alles al? Een eigen huisje, ouders in de buurt, leuke vrienden.’ Een vraag die ik regelmatig naar mijn hoofd gegooid kreeg. In het begin had ik natuurlijk zoiets van, rot op. Ik weet wat ik doe! Ik wil op avontuur! Ik ben voornamelijk aan dit lange avontuur begonnen uit pure verveling. Ik ben denk ik gewoon niet zo. Ik kan niet lang op een en dezelfde plek zijn. Het gaat kriebelen. Dit is ook niet hoe ik mijn leven zou willen spenderen. Ooit. Voor anderen klinkt het vaak als een droom, settelen, huisje boompje beestje, de veiligheid van een warme kachel die aanstaat als je thuis komt. Maar is het leven daar niet veel te kort voor? Ik zeg niet dat je elk uur van je leven iets spannends moet doen. Ik zeg ook zeker niet dat je de eeuwige reiziger moet zijn. Die heb ik ook ontmoet, mensen die al vijf jaar onderweg zijn. Dat is ook niet realistisch! “Wat wil je dan wel?” Een combinatie, denk ik? Kijk hoe mijn ouders het doen. Die hebben huisje boompje beestje, maar bevinden zich elk jaar een maand weg van huis. Samen. Dit klinkt als de droom. En dit is wat ik bedoel met dat ik een dochter van mijn ouders ben(Aha!).

Toen er steeds minder dagen resteerden tot ik wegging begon ik in paniek te raken. Degenen die mij hebben gezien de week voor ik wegging weten dat. Afgekloven nagels, trillende onderlip en bevende handjes. Het was er allemaal. Nu ik hier twee maanden ben, ben ik wel tot de conclusie gekomen dat deze stress voor niets is. Wat dat betreft heb ik veel over mezelf geleerd. Ik zou mezelf niet bestempelen als een zelfstandig persoon. Verre van, ik vind het al moeilijk om alleen naar de supermarkt te gaan. Maar ik ben wel tot de conclusie gekomen dat ik het wel degelijk kan. In mijn eentje naar een nieuwe omgeving. Maar ook.. dat het belangrijk is! Je apprecieert je nachtlampje pas als die een paar dagen stuk is geweest. Je apprecieert je I-pod pas als je die een aantal weken kwijt bent. Je apprecieert stilte pas na een lange nacht in een club. Ik apprecieer thuis pas na twee maanden in Ecuador. Een beetje omslachtig is het wel! Dat snap ik. Maar ik kan met zekerheid zeggen dat ik iedereen en alles een beetje mis en blij ben dat ik een vaste thuisbasis heb in Nederland. Betekent dit dat ik klaar ben met op avontuur gaan? Zeer zeker niet! Ik wil de wereld zien, en dit is nog maar het begin. Maar het betekent wel dat ik met zekerheid kan beloven dat ik terug kom van alle reizen die ik gepland heb voor mijn toekomst.

Tot snel lief thuis!

Het leven is hier ook doodgewoon.

Ik kreeg laatst de opmerking dat ik alleen maar schrijf over de super interessante leuke dingen die ik mee maak. Dat is natuurlijk vrij logisch, ik ga jullie niet vervelend met hoe vaak op de dag ik naar de wc ga. Toch ging ik wel een beetje nadenken erover, en het is natuurlijk wel zo. Het leven hier is niet een grote Facebook-feed met alleen maar hoogtepuntjes! Ik heb hier ook momenten dat ik denk, godver, ik wil naar huis. Of als ik voor de zoveelste keer een koude douche heb dat ik liever wil huilen dan lachen. Daarom speciaal vandaag, exclusief! Een kijkje in het doodgewone leven van Delia Spoelstra.

Het is tien voor 6 ´s ochtends. De drie honden, twee enorme husky´s en een geadopteerde zwerfhond, vinden dat het tijd is om wakker te worden. Ze springen al blaffend en grommend rond in het piepkleine woonkamertje. “Nog heeeeel even, alsjeblieft,” denk ik kreunend terwijl ik me omdraai. Mijn gastmoeder stond op en doet de deur open en het gevecht verplaatst zich naar buiten.

Kwart over 6. Mijn gastbroer komt luid zingend ons huisje in. Omdat het huis te klein is voor ons drie slaapt hij in een schuur in de “tuin”. Daar sliep hij al voordat ik in dit gezin kwam, maak je geen zorgen! Ik heb hem niet verjaagd.
Mijn gastbroer probeert er altijd een wedstrijdje van te maken om zo luid mogelijk alles te doen. In Ecuador is het de gewoonte dat de moeder het eten klaar maakt voor de rest van het gezin. Zijn ontbijt staat dus al klaar, maar toch krijgt hij het voor elkaar om het geluid van een aardbeving te fungeren. Terwijl mijn broer zijn ding doet in de woonkamer komen de volgende twee wezens direct uit de hel voorbij in mijn straat.

1. De vrouw die elke ochtend Maria ophaalt met de auto. Lief, zou je denken, maar Maria is knetter kneiter ongelofelijk doof. Een systeem bedenken, ho maar, zoals het de typische Ecuadoriaan betaamt. Het resultaat hiervan is dat tussen kwart over 6 en half 7 ze als een karakter uit Mission Impossible 8 non-stop toetert en uit het raam krijst: “MARIAAAAAAAAAAAAAAAAAA”! Een shotgun zou best handig uitkomen in dit soort gevallen.

2. De gasflessen-wagen. In Ecuador wordt gas verkocht in flessen. Je neemt niet een gas-abonnement, nee nee. Veel te modern uiteraard! In elke week heb je een bepaald bedrijf die het monopolie heeft op gasflessen. Deze flessen worden in onze wijk verkocht tussen 6 en half 7. Om aandacht te krijgen voor het feit dat de Backstreet-boys in town zijn maken ze hun rondes rytmisch elke 5 seconden de toeter ingedrukt te houden.

Nadat deze twee figuren hun intrede hebben gedaan in Villa Flora sta ik kreunend op. Bij de uitgang van mijn slaapkamerdeur word ik meestal onderuit gehaald door Grizzly, een van de husky´s. Hij is altijd zo ontzettend blij als ik opsta! Heel aandoenlijk. Terwijl ik op de grond hem aan het aaien ben komt Shadow, de andere husky, voorbij. Hij uit zijn liefde door een dikke lik over mijn wang te geven. Elke. Ochtend. Als laatste heb je Indie, het vuilnisbakkie van de straat. We noemen hem ook wel Loco Indie omdat hij uit zijn ogen kijkt alsof hij een stoornis heeft en uit blijdschap zo enthousiast heen en weer springt dat hij om de zoveel seconden over zijn eigen voeten struikelt en omvalt.

Mijn ontbijt staat meestal al klaar, bestaande uit een plakbroodje, wat fruit, en jam. Prima dus! Aangezien ik nog twee en een half uur heb voordat ik naar mijn werk moet ga ik vaak even hardlopen, een rondje lopen met de honden of een boek lezen. Een beetje burgerlijk is het allemaal wel. Om iets voor 9 stap ik mijn huis uit en loop ik naar mijn werk. Lopen ja, het is namelijk super dichtbij!

Elke ochtend geef ik van half 10 tot half 12 een Engelse les aan volwassenen. Dit is zo ontzettend leuk! Ik overweeg heel serieus om er iets mee te doen. Volwassenles geven is een hele nieuwe wereld. Ze zijn zo gemotiveerd en enthousiast! Om half 12 ben ik klaar en dan ga ik meestal aan mijn stage. Soms ga ik skypen met papa en mama of vrienden of, zoals nu, schrijf ik een blogpost. Van half 12 tot 2 is de rust op het kantoor! Ik lees dan artikelen voor mijn paper, schrijf onderdelen van mijn paper, bereid lessen voor, schrijf mails, etc. Doordat ik niet in Nederland ben moet alles via de mail en dat kost behoorlijk wat tijd. Bureaucratisch Nederland is een drama als je je er niet in bevindt.

Rond een uur of 2 komen de kinderen het kantoor in. Hier worden ook andere lessen gegeven namelijk. Vanaf dat moment is het gedaan met de rust. Ouders uit Villa Flora zijn vastberaden om hun kinderen zoveel mogelijk te bieden zodat ze meer opties hebben voor de toekomst. Kinderen van 5 tot 8 hebben drie keer per week Engelse les van 2 tot half 4. Van 4 tot 8 is de tweede groep aan de beurt van 10 tot 16 jaar.
Beeld je in: 30 kinderen, direct uit school, Engelse les. Ja, chaos. Meestal komt er in die tijd niet veel arbeid terecht. Ik loop dan meestal een beetje rond kantoor, haal wat te eten, help bij de Engelse lessen of geef er soms een.

Ik ben op kantoor tot 6 uur en dan loop ik terug naar huis. Als ik thuis kom begint Elizabeth, mijn gastmoeder, met koken. Ik dek de tafel en doe later de afwas. Sebastián, mijn gastbroer, werkt elke ochtend van 7 tot 3 en gaat daarna naar avondschool dus die zie ik vrij weinig. Ik eet elke avond heeerlijk! Ik kom dus maatje tientonner thuis. 🙂 In Ecuador is het overigens normaal om na het eten in bed te gaan liggen en TV te kijken. In mijn kamer heb ik weinig tot geen WiFi, dus een serie kijken zit er niet in. Ik blijf dus alleen in de woonkamer als ik een serie wil kijken op een houten bank of ik ga in bed liggen met een boek.

En DAT, jongens en meisjes, is mijn super spannende leven hier. WOEHOE, fiesta.

Quitoaanse chaos

Hoi lieve allemaal! Vanuit Ecuador schrijf ik voor de SoMo, het blad van de studie Sociologie. Ze vroegen me of ik met een Sociologische visie me op de geluiden van Quito wilde storten. Ik krijg het blad pas in mijn handen als ik terug ben, maar hieronder mijn stuk:


Streamer: Als geboren en getogen Amsterdammer had ik niet verwacht dat ik Quito zo´n indrukwekkende en intimiderende stad zou vinden.


Streamer: Het individu in de stad ontwikkelt een afgevlakte, blasé houding: calculerend, rationeel en winstmaximaliserend.


Quitoaanse chaos


In de nieuwe rubriek Op Reis zal iedere editie een student die buitenlandervaring aan het opdoen is verslag doen vanuit het land van verblijf. Delia Spoelstra, derde jaars, loopt momenteel stage in Quito, Ecuador. Zij zal zich met een Zuid-Amerikaanse visie storten op het onderwerp ´geluid´.

Het is zes uur ´s ochtends. De honden uit de hele buurt beginnen aan een blaforkest, de autoalarmen gaan af, kinderen huilen. De stad wordt langzaam wakker en de chaos begint. Hoe dieper je je in deze stad bevindt, hoe meer geluiden je opvallen; toeterende auto´s, schreeuwende verkopers en mannen die vrouwen nafluiten.

Als geboren en getogen Amsterdammer had ik niet verwacht dat ik Quito zo´n indrukwekkende en intimiderende stad zou vinden. Wat opvallend is, is het bulderende geluid dat synchroon loopt met de chaos van de stad. Echter, zodra je een stap buiten de stad zet valt het geluid weg. Er is stilte alom. Simmel schreef in the Metropolis of Mental life: ´With each crossing of the street, with the tempo and multiplicity of economic, occupational and social life, the city sets up a deep contrast with small town and rural life with reference to the sensory foundations of psychic life.´ Hoewel deze distinctie tussen de stad en het dorp enigszins verouderd is in Nederland, kan in Ecuador wel degelijk zo zwart-wit gedacht worden. De Nederlandse steden en dorpen zijn verbonden door middel van internet en een gedeelde kapitalistische mindset. In Ecuador heeft modernisatie zich gedeeltelijk voltrokken waardoor zijn theorie ontzettend interessante inzichten kan geven. Globalisering, internationalisering en informatisering zijn recente ontwikkelingen en hebben slechts de steden beïnvloed. Het resultaat hiervan is dat 55% van de bevolking zich inmiddels gevestigd heeft in de stad. Deze mensenmassa´s worden geconfronteerd met secularisering, rationalisering en kapitalisme. Simmel ziet de stad als een samenkomst van hectiek, waarin zintuigen van mensen overprikkeld worden. Voor het individu is het onmogelijk om te reageren op alle prikkels. Hiernaast legt de kapitalistische stad een druk op de bewoners om zo efficiënt mogelijk te handelen. Het individu in de stad ontwikkelt een afgevlakte, blasé houding: calculerend, rationeel en winstmaximaliserend. Er is geen ruimte om elk individu in de stad als dusdanig te beschouwen. Anonimiteit viert hoogtij.

Door de hoge werkloosheid in Ecuador is een groot deel van de stadbewoners gedoemd tot straatverkoop. Alles wat een mogelijkheid heeft om verkocht te worden, wordt aangeboden. Van Fruit tot make-up, van naaistudio´s to go tot gedroogde bananen. In de hysterie is het belangrijk om op te vallen. Straatverkopers hanteren hun stem als geluidswapen, als middel om aandacht mee te winnen. Het resultaat hiervan is dat overal waar je loopt bizarre stemmen hoort die producten aanprijzen. De stad is een continue strijd om aandacht, om op te vallen bij de afgevlakte stadsbewoner. Als je je buiten de stad begeeft zie je dat met de verdwijning van de urbanisatie en de modernisering ook de calculerende mens en de chaos van de stad verdwijnt. In Ecuador staat lawaai en geluid, of het gebrek eraan, voor de chaos van de moderne urbane samenleving.

Geluksmomentjes met zand tussen mijn tenen.

Dit weekend ben ik naar Canoa geweest, een klein surfersdorpje aan de Ecuadoriaanse Noord-kust. Ik zit in Ecuador in het laagseizoen dus er zijn weinig toeristen waar ik kom, zo ook in Canoa. Het dorpje was helemaal uitgestorven waardoor we een heel wit strand met blauwe zee voor onszelf hadden. Onze nachtbus kwam om 6 uur ’s ochtends aan in het dorp en we zijn gelijk doorgerold naar het hostel waarover we hadden gelezen in de Lonely planet.

Aangekomen bij het hostel was de situatie een beetje vreemd. De eigenaar klopte op onze kamerdeur waar een vent uit kwam die er blijkbaar werkte en in onze bedden lag. Op dat moment waren te moe om erover na te denken en we zijn gelijk in bed gaan liggen en in slaap gevallen. Om 10 uur werd ik wakker van een gil van een van de vrijwilligsters die de badkamer in was gelopen. De situatie die we daar aantroffen zorgde voor kokhalsneigingen. Poepresten op de wcbril, de wc-rol in een restje water(?), een compleet verroeste douche en insecten die over de grond kropen. Gadver wat was dat ranzig. Uiteindelijk bleken onze lakens niet verschoond te zijn. Na even goed inspecteren wat voor vlekken het waren leken het toch ECHT op bloedvlekken. Oh wat vies.. We hebben dit gelijk gemeld aan de staff, een stel burn-out hippies van richting de 60, en gingen met de belofte dat het schoon gemaakt ging worden naar het strand.

Het strand was zo heerlijk! Complete rust. Voor 5 dollar hadden we een soort hokje gehuurd waar we de hele dag schaduw hadden en iemand die als we iets wilden qua eten of drinken het gewoon kwam brengen. Ik voelde me Julius Ceasar, het enige wat miste waren een paar knappe Australische mannen die met enorme bladeren me lucht toewaaiden.

Die avond teruggekomen in het hostel was er precies NIETS schoongemaakt. Oh man, ik kan het wel in woorden opschrijven maar dat dekt de lading niet van hoe vies het was. We hebben gelijk onze spullen gepakt en zijn er weggegaan. Tijdens het avondeten kwamen we in een klein paradijsje terecht. Het was een soort binnenterrasje met heerlijk eten, lief personeel en een prachtige omgeving. Het was alsof je in de Geheime Tuin terechtkwam van Canoa. Ik ging even informeren naar de prijzen van de kamers, al wist ik dat het voor ons te duur zou zijn. Wat bleek? Het kostte even veel als het vlooienhotel aan de andere kant van het dorpje. We hebben gelijk een kamer geboekt voor de avond en hebben in een prachtige schone heerlijke kamer geslapen. Ik was vrij vroeg in slaap gevallen en werd dus ook vrij vroeg wakker. Het hele hotel was nog uitgestorven, maar een sterke geur van ECHTE koffie bereikte mijn neusgaten. Even voor de duidelijkheid: koffie in Ecuador is heet water en oplospoeder. De ranzig voor woorden dus. Maar dit, dames en heren, dit was echte koffie. ECHTE koffie. Ik ben er nog steeds een beetje euforisch van. Ik heb in alle rust naar de zee gekeken met mijn kopje koffie, roereitje en vers gemaakt brood.

Helaas liet deze dag de zon zich niet zien, maar dat vond ik niet zo erg. Ik ben een beetje boel vebrand dus het was maar beter. Verder was het wel hartstikke warm. Ik heb de hele dag een boek gelezen in een hangmat, een beetje gekletst met mensen van over de hele wereld. Ook heb ik een hele lange strandwandeling gemaakt overdag en ben ik gaan mediteren voor het eerst in een jaar. Veel van jullie weten wel dat ik een mindfulness-cursus heb gedaan, maar daar heb ik nooit meer iets mee gedaan. Hier leek het me wel een goed moment om het weer eens te proberen, en ik was helemaal vergeten hoe lekker het kan zijn! Zo’n rustige en fijne dag.

’s Avonds ben ik na het eten even over het strand gaan lopen. De zee had zich helemaal teruggetrokken waardoor je super ver kon lopen. Het voelde net alsof je heel diep in de zee stond als je terug keek naar het dorpje en alle lichtjes. Ik weet niet wat er gebeurde, maar ik kreeg echt de kriebels om te gaan rennen, dus dat deed ik. Met mijn muziek op en in mijn korte broek rende ik bijna een uur door de branding en toen kwam de realisatie:

IK BEN IN ECUADOR EN HET IS HIER FANTASTISCH.

De dag dat ik de Andes beklom.

Ik ben alweer een paar daagjes terug van mijn weekend, maar kom nu pas toe aan een blogpost schrijven. Helaas is mijn laptop overleden maandag doordat ik er met mijn domme hoofd koffie overheen heb gegooid. Ik heb nu dus en gigaprobleem met mijn stage! Ben bezig met een vervangende laptop huren voor de komende twee maanden van een van mijn studenten uit de Engelse klas(ik geef de volwassenen les, vandaar dat dit een optie is ;). Daarnaast was ik gister ziek, een lichte voedselvergiftiging. Na het drinken van een ijskoffie op een terrasje trok ik wit weg en werd ik ongelofelijk misselijk en ben ik gelijk naar huis gegaan. Zonder laptop ziek zijn is niet echt ideaal! Normaal gesproken lees ik een boek(ik heb hier al zoveel gelezen, niet normaal), shrijf ik in mijn reisdagboek of probeer ik de gitaar te snappen. Ik kon helemaal niets dus heb de hele dag geslapen en een beetje gewhatsappt met de mensen om me heen.De dag erna, vandaag dus, voel ik me plots weer kiplekker! Ik heb geen idee hoe het komt.

Either way, ik ben dus weer op kantoor en heb even de tijd een post te schrijven over afgelopen weekend. Ik ben afgelopen weekend naar het Quilotoa meer geweest, dit is een meer een paar uur bij Quito vandaag wat in een krater is ontstaan. Het heeft een mystieke reputatie door de felle kleur van het mee(blauw/groen). Daarnaast zou het meer zo diep zijn, dat als je probeert naar de bodem te zwemmen je nooit meer terug komt. Anderen zeggen dat het meer überhaupt geen bodem heeft. Time to check it out dus! We zijn zaterdagochtend met de bus naar Latacunga gegaan, een plaatsje in de buurt van het meer. In de bus erheen was ik aan het lezen in mijn Lonely Planet over het plaatsje en toen kwamen we erachter dat het dorpje in de geschiedenis al 5 keer is verwoest door de Cotopaxi. Voor degenen die dit niet weten: de Cotopaxi is een vulkaan in de buurt van Quito die op punt van uitbarsten staat. Ik zit in principe veilig, alleen het roet wat de vulkaan zal uitspugen zal heel Quito in as hullen voor een aantal dagen/weken. Als de vulkaan uitgebarsten was toen wij in het dorpje waren had ik nu deze mail niet kunnen schrijven. Voortaan moet ik even beter kijken waar ik dan precies heen ga.

We zijn vanaf Latacunga gelijk naar Tigua gegaan, een community in de buurt van Latacunga. Dit waren letterlijk 4 huizen en een heel klein super schattig hostel waar alleen mensen komen die een hike doen, een wandeltocht van een paar honderd kilometer. We zijn die dag gelijk een paar uur gaan lopen door de buurt, en mijn god wat was dat mooi! Zo bijzonder ook dat het maar een paar uur bij Quito vandaan zat. Het was gelijk zo’n andere wereld, echt heel fijn, even die rust. In het hostel werd drie keer voor ons gekookt, dat zat bij de prijs inbegrepen. Heerlijk dus! We hebben daar een heerlijke dag en avond gehad. We sliepen in een gebouwtje in de tuin met een stapelbed. Hier was geen kachel en het was super koud! De eigenares van het hostel bracht ons ’s nachts kruiken om warm te blijven.  In de ochtend zijn we om 8 uur vertrokken om te lopen naar het Quilotoa lake, dit was ongeveer 25 kilometer. We zijn uiteraard met een gids gegaan om een Panama-tafereel te voorkomen. In ongeveer anderhalf uur liepen we 15 kilometer. Een goed tempo hadden we erin, we zouden nog anderhalf uur moeten dacht ik, dan hadden we het heel snel gedaan. Lekker! Gaat goed! We daalden af in een ravijn waar we een beekje overstaken met onze schoenen boven ons hoofd. En daar doemde een berg voor ons op, die we moesten beklimmen. Jezus, wat was dat zwaar. Een uur lang een berg oplopen als je op 4000 meter hoogte zit is echt heel heftig. Je hebt het gevoel alsof je longen niet groot genoeg zijn om voldoende zuurstof op te nemen. We hebben vanaf dit punt nog 3 uur bergen op moeten lopen. Ik voelde me echt een bejaarde met doorrookte longen, zo zwaar was het. Maar uiteindelijk zijn we er gekomen! Super gelukkig en trots was ik, en het Quilotoa meer was inderdaad zo bijzonder als ze zeiden. Wat een prachtig tafereel. Ik heb wat foto’s geupload dus die kan je in de banner hiernaast zien. Ik ga proberen nog meer foto’s te uploaden. Tot volgende keer!